Honderden radicale profielen op sociale media worden gevolgd: Koen Metsu (N-VA) pleit voor een duidelijke strategie op internet

Door Koen Metsu op 26 februari 2016, over deze onderwerpen: Radicalisering en terrorismebestrijding, Schriftelijke vragen

N-VA-Kamerlid Koen Metsu vindt dat haatpredikers op internet en sociale media nauwgezet moeten worden opgevolgd, zodat ze geen vrij spel krijgen. Daarom stelde hij aan minister van Justitie Koen Geens de vraag of er actief wordt gezocht naar mensen die haatboodschappen en propagandamateriaal verspreiden via sociale media.
 

Uit het antwoord van Geens blijkt dat de cel ‘Social Media Intelligence’ verschillende targets op internet monitort en volgt. Deze targets worden zorgvuldig gekozen door Staatsveiligheid. Het zijn bijvoorbeeld personen die extremistische filmpjes delen. De analysediensten volgen deze targets om na te gaan of het personen zijn die hun radicale gedachtengoed willen verspreiden en anderen zouden kunnen aanzetten tot geweld. Ook wordt er nagegaan of er een gevaar tot vertrek naar Syrië is.

Deze targets kunnen ook leiden naar andere bevriende targets (bijvoorbeeld op Facebook) die opgevolgd dienen te worden. Nieuw vanaf dit jaar is dat de resultaten van deze online onderzoeken opgenomen zullen worden in de dynamische databank ‘foreign terrorist fighters’. Op die manier wordt er verder gewerkt aan de eerder beloofde betere informatie-uitwisseling tussen alle betrokken diensten.

“Informatie-uitwisseling tussen verschillende betrokken diensten, zoals de politie, Staatsveiligheid, het OCAD,… is enorm belangrijk. Ik hoop dat men blijft inzetten op een efficiënte informatie-uitwisseling om op die manier een goede opvolging van personen met kwade bedoelingen op internet en sociale media te garanderen”, reageert Metsu.

Naast de opvolging door de cel ‘Social Media Intelligence’ komen de targets ook ter sprake binnen de Permanente Werkgroep Internet en Sociale Media. Deze groep bevat onder meer diensten van de Staatsveiligheid, de Federale Politie, het ADIV (Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid) en het OCAD. Op die manier wisselen ook zij over honderden profielen informatie uit. De minister meldt dat het moeilijk is om hier precieze aantallen te vernoemen, omwille van het vluchtige karakter van sociale media.

Verder worden ook de personen op de lijst van Syriëstrijders van het OCAD online opgevolgd (indien zij natuurlijk beschikken over een online profiel). Die lijst zou iets minder dan 500 personen bevatten.

De bestraffing van het verspreiden van propagandafilmpjes of extremistische en jihadistische boodschappen is momenteel niet specifiek bestrafbaar. Andere feiten zoals het aanzetten tot plegen van (terroristische) misdrijven of wanbedrijven kunnen wel bestraft worden.

Metsu pleit voor het opzetten van een uitgebreidere counternarrative strategie op internet. “We moeten ervoor zorgen dat jihadistische boodschappen niet de enige boodschappen zijn die te vinden zijn op het internet. We moeten dringend werk maken van een tegenstrategie en zelf boodschappen verspreiden die openlijk ingaan tegen dergelijke boodschappen. We moeten een krachtig weerwoord bieden. Organisaties zoals CEAPIRE kunnen ons daarbij helpen. Deze tegenboodschappen moeten we in samenspraak met de moslimgemeenschap, imams, islamleerkrachten, theologen en dergelijke op poten zetten. Want ook zij zijn niet gediend met de extremistische boodschappen en filmpjes die nu woekeren op internet.”

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is